Uit de context, door de bocht

Uit de context, door de bocht

Omdat we het hele weekend vegend-zuigend-schrobbend-dweilend hebben doorgebracht tot we high waren van de Detol, besloot ik voor een luchtig stukje te gaan. Bijvoorbeeld: over schoonmaken. Altijd weer een bron van inspiratie, vooral als je een zekere hygiënische standaard wilt combineren met vijf katten, de bijhorende kattenbakken, een hond, een kleuter… Ik hoef u geen tekeningske te maken bij de onappetijtelijke dingen die een mens in zo’n huishouden al eens moet opkuisen. Toen ik daar al stofzuigend losjes over brainstormde, gooide patchworkpapa roet in het eten door De Standaard Weekend onder mijn neus te duwen. Hij sprak daarbij onheilspellende woorden: ‘Pleegzorg staat in de gazet.’ Toen ik het artikel waar hij op doelde, drie keer had gelezen, en bij elke leesronde een slag nijdiger werd, wist ik het: geen luchtige post dit keer, integendeel, we gaan voor bloedserieus.

Het artikel gaat helemaal niet over pleegzorg maar is geschreven naar aanleiding van het assisenproces tegen een moeder die op 15 mei 2011 haar negenjarige zoon Aron vergiftigde met malathion, een verboden insecticide. Ze vermengde het goedje met limonade en serveerde het hem als een Dafalgan-tegen-de-hoofdpijn. Achttien dagen later overleed de jongen in het ziekenhuis. Blijkbaar was moeder niet aan haar proefstuk toe, want in de jaren voordien hadden hulpverleners hun bezorgdheid over de jongen aan bevoegde instanties gemeld. In 2004 kreeg moeder trouwens de diagnose Münchhausen by proxy.
Dat thema op zich is schrijnend genoeg om een hele blog mee te vullen, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Misschien ligt het aan mijn single-track-pleegzorg-mind of aan het feit dat ik een bloedhekel heb aan stofzuigen, maar wat het bloed naar mijn kop joeg, was één zinnetje halverwege: ‘Aron wordt in 2005 wel een tijdje in een pleeggezin geplaatst, maar de pleegmoeder vindt de zorg voor hem te zwaar omdat ‘hij spuwt, met zijn sondevoeding knoeit en met zijn ontlasting speelt’.
Behalve die ene zin wordt er niet gerept over de pleegzorgsituatie. De journaliste meldt enkel dat het kind na stopzetting van pleegzorg opnieuw bij moeder en stiefvader thuis werd ondergebracht. Een eenvoudige rekensom leert me dat Aron toen drie jaar was.

‘Maar de pleegmoeder vindt de zorg voor hem te zwaar omdat ‘hij spuwt, met zijn sondevoeding knoeit en met zijn ontlasting speelt.’

Bestaat er een nog meer dodelijke manier om het einde van een pleegzorgsituatie te beschrijven? Door te kiezen voor deze formulering en nergens een syllabe duiding te geven, laat staan de context te schetsen, is het alsof er staat: ‘Als die pleegmoeder wat minder op propere vloeren en muren gesteld was, dan zou dit kind nog leven.’ Als je deze redenering dan doortrekt, wordt de pleegmoeder een haast even grote schuldenlast toegedicht als de moeder.
Ik ken de concrete situatie niet, het is de eerste keer dat ik hierover lees. Ik ken de betrokkenen niet, ik ken de feiten niet en ik ken de context niet. Daarom kan ik niet over de situatie oordelen, laat staan iemand veroordelen. Maar enkel stellen dat pleegmoeder de zorg te zwaar vond omdat ‘hij spuwt, met zijn sondevoeding knoeit en met zijn ontlasting speelt’ en waardoor impliciet de suggestie ontstaat dat ze daarom de plaatsing heeft stopgezet, vind ik behoorlijk kort door de bocht. Onder welke omstandigheden heeft die vrouw dat gezegd? Wat heeft ze toen nog meer gezegd? Welke elementen speelden nog een rol bij het stopzetten van de plaatsing? Wat was de visie van de specialisten? En zo kan ik nog een heleboel vragen verzinnen, omdat een pleegzorgsituatie en het einde ervan, nooit kan worden teruggevoerd naar één zinnetje. Het is altijd een complexe situatie, met veel betrokkenen die elk hun eigen gevoeligheden hebben en vaak hun eigen agenda’s. Zoals het er nu staat, klinkt het alsof pleegouders hun pleegkinderen kunnen afdanken als ze de boel bevuilen. Ik wil ze de kost niet geven, alle driejarigen die spuwen, met hun voeding knoeien en met hun ontlasting spelen. Als wij met het hele gezin op restaurant gaan, ziet onze tafel er na een half uur uit alsof we op een zéér-budgetvriendelijke-camping-van-twijfelachtig-allooi bivakkeren. Voor we vertrekken, kruipen patchworkpapa en ik met rooie koppen over de vloer om met papieren zakdoekjes en servetten het ergste bij elkaar te vegen. Als we dan de luiertas vergeten zijn, moeten we ondertussen een hand als een operatiemasker over ons gezicht houden en hopen dat de peuter in kwestie met verversen wil wachten tot we thuis zijn. Meer nog – en we schrijven dit op het gevaar af, hier zelf frontaal door bocht te gaan – toen een van onze labradors vijftien jaar oud was, hadden haar sluitspieren het eerder begeven dan haar hart. We hebben maandenlang drie-vier-vijf keer per dag pis en kak opgekuist omdat we incontinentie geen reden vonden om een beest-dat-nog-wat-deugd-had-van-haar-oude-dag te euthanaseren. Pas toen ze er geen deugd meer van had, hebben we haar laten inslapen. En ja, we waren blij dat we van de opkuis af waren, maar de vuile boel op zich – want dat was het – was geen reden om haar een spuitje te geven.

We moeten hier geen sprookjes vertellen over pleegzorg. Het is een feit dat plaatsingen worden stopgezet. Om allerlei redenen, ook omdat pleegouders vragen om een einde te maken aan een pleegzorgsituatie. Opnieuw om allerlei redenen, die dikwijls te maken hebben met de draagkracht van het pleeggezin: omdat de problematiek zwaarder was dan aanvankelijk ingeschat, omdat de situatie van het kind verandert, omdat de situatie van de pleegouders verandert… In alle verhalen die ik al heb gehoord rond dit thema – en het zijn stuk voor stuk trieste verhalen, intriest voor alle betrokkenen – is er een gemeenschappelijke noemer: het pleeggezin dreigt ten onder te gaan aan de plaatsing. Op een bepaald moment beginnen de zaken dermate uit de hand te lopen, dat het leven in dit gezin voor iedereen een hel wordt: voor de pleegouders, voor de pleegzussen en –broers, voor de ouders en voor het pleegkind. Om te vermijden dat een kind van het kastje naar de muur, van pleeggezin-naar-instelling-naar-pleeggezin wordt gestuurd, én omdat het niet goed is voor het zelfbeeld van om-het-even-wie om overal weggestuurd te worden, wordt aan ons, pleegouders, gevraagd om heel goed na te denken voor we ‘ja’ zeggen tegen een plaatsing. Maar trop kan te veel zijn en te veel is trop. Voor gewone ouders heb je dan formules als gezinsondersteunende pleegzorg om iedereen de kans te geven op adem te komen en de situatie vanop een afstand te bekijken. Voor pleegouders betekent dat in veel gevallen het einde van de plaatsing. Maar dan is dat niet enkel en alleen omdat ‘hij spuwt, met zijn sondevoeding knoeit en met zijn ontlasting speelt.’ Dat suggereren, riekt meer naar sensatiezucht waarbij pleegouders mee op de-hoop-van-onverantwoordelijke-hulpverleners worden geveegd, dan naar objectieve onderzoeksjournalistiek.

We begrijpen, iedereen moet leven. In het weekend moet zelfs een krant als De Standaard optornen tegen de thrillers op EEN en sinds vrijdag ook tegen het aanbod van Netflix. Dan moeten de dingen al eens wat pittiger geformuleerd. Toch wil ik de journaliste die het artikel schreef, vragen om ofwel het hele verhaal van de pleegplaatsing te brengen ofwel het vermelden ervan te beperken tot: ‘Aron wordt in 2005 wel een tijdje in een pleeggezin geplaatst, maar aan die plaatsing kwam een einde.’ Dat is in ieder geval een pak minder dodelijk-suggestief. Want conclusies zijn zo rap getrokken en feiten gaan zo snel een eigen leven leiden. Voor je er erg in hebt, lees je over tien jaar in de gazet: ‘Patchworkmama stofzuigde haar kinderen als honden en dat was een reden om haar een spuitje te geven.’

Bron:

Artikel: DS 20 september 2014 – ‘Als we Aron meegeven met zijn moeder, zien we hem nooit meer terug’
Link naar pdf voor wie het volledige artikel wil lezen: DS 20 september 2014 – Aron

Share this Story

Related Posts

About


Patchworkmama is stiefmoeder van een prille twintiger, moeder van een puber, pleegmoeder van een kleuter en een baby én mens van zes katten en een labrador. In de stad L. in Vlaams-Brabant probeert ze samen met patchworkpapa dit allegaartje min of meer op te voeden.

Archief

Subscribe